Guidance modelbeoordeling voor Nederland

12-02-2019 00:00

Guidance modelbeoordeling voor Nederland, de Nederlandse kustwateren en
de Noordzee, gebaseerd op de HIRLAM run van 00 UTC en de overige
genoemde modellen en gidsen met bijbehorende runtijd.

Geldig tot dinsdag 12 februari 2019 24.00 locale tijd

Opgesteld op maandag 11 februari 2019 om 23.52 uur

MODELLENBEOORDELING.
SYNOPTISCHE SITUATIE:
Aan de noordoostflank van een omvangrijk hoog met het centrum boven het
zuidwesten van Frankrijk, voert een westelijke stroming maritiem polaire
lucht aan. Het hoog trekt gedurende de gehele periode langzaam
oost-noordoostwaarts en bereikt in de nacht naar woensdag het zuiden van
Duitsland. De N-Z georienteerde rugas van dit hoog bereikt spoedig het
westen van de FIR en beweegt dinsdagochtend van west naar oost over ons
land. Na rugpassage draait de stroming geleidelijk naar zuidwest en komt
een warmtefront vanaf de Britse Eilanden dichterbij. Dit warmtefront
bereikt dinsdag aan het einde van de middag NO-ZW georiënteerd het
westen van de FIR en trekt vervolgens in de nacht naar woensdag naar het
noorden van het land, waarbij het kantelt naar een meer west-oost
richting. Woensdagochtend ligt het warmtefront enige tijd stationair
boven de noordelijke helft van het land waarna het geleidelijk weer
noordwaarts zal trekken. Het koufront bereikt dinsdagavond het noorden
van de FIR en verlaat woensdagochtend alweer noordwaarts de FIR.

MODELBEOORDELING:
In grote lijnen zijn de modellen consistent. Wel zijn er wat verschillen
in de bedekkingsgraad van de Cu/Sc-bewolking, hetgeen vooral in de nacht
ook grote gevolgen heeft voor de (wegdek)temperaturen. Actueel heeft H36
wat teveel bewolking, HIR juist wat te weinig, een beeld dat we
gaandeweg de periode blijven zien. EC en H40 geven een middenweg, iets
dat voorlopig het meest realistisch lijkt.
Ook voor wat betreft de vorming van stratus in de warme sector zijn er
enige verschillen; H36 is het vroegste en het meest uitgebreid, H40 en
HIR hebben aanvankelijk slechts een gering signaal. Pas in de nacht naar
dinsdag zien we in alle modellen een duidelijk signaal voor stratus
ontstaan boven de Noordzee en de noordelijke helft van het land, die in
de loop van woensdagmiddag oostwaarts weg zal trekken. We gaan voorlopig
uit van stratus boven land gedurende de nacht en een deel van
woensdagochtend.

AANDACHTSPUNTEN.
WIND:
Geen bijzonderheden.

BEWOLKING:
Velden SC/CU vanaf de Noordzee, vannacht vooral voor de noordoostelijke
helft. Dinsdag zien we op nadering van het warmtefront de middelbare en
hoge bewolking duidelijk toenemen. Vanaf dinsdagavond neemt de kans op
St op nadering van het warmtefront geleidelijk ook toe, eerst boven de
Noordzee maar in de nacht naar woensdag en woensdagochtend ook boven de
noordelijke helft van het land.

NEERSLAG:
Vannacht en vanochtend uit Sc/Cu/TCu-bewolking vanaf de Noordzee af en
toe wat lichte regen of een lichte regenbui, vooral in het noordoosten.
Gezien de dikte van de Sc-bewolking zou er inderdaad wat lichte neerslag
of een ondiepe TCu kunnen voorkomen. Op dinsdag wanneer de rug passeert
zien laat Harmonie36 als enige model een opleving in de neerslag zien,
dit is in de rug niet logisch en wordt voorlopig verworpen. Op nadering
van het warmtefront van woensdag neemt de kans op motregen toe, vooral
dicht bij het warmtefront.

ZICHT:
Goed, in neerslag mogelijk matig en in het zuiden van het land tijdens
langdurige opklaringen vorming van nevel/grondmist. In de nacht naar
woensdag zou het zicht op grotere schaal wat kunnen teruglopen nabij het
warmtefront, vooral in motregen.

TEMPERATUUR:
Vannacht in opklaringen temperaturen rond het vriespunt, met name in het
zuid(oost)en. Daar waar opklaringen langdurig genoeg zijn zou dit zeer
lokaal tot gladheid kunnen leiden, de kans hierop is het grootst in het
zuidoosten. In de nacht naar woensdag lijkt de kans op gladheid nihil
onder de toenemende bewolking, toch blijft ook dit een aandachtspunt.



Paraaf meteoroloog: wijs
Bron: KNMI